Lesotho en Zuid Afrika – paarden, ezels, bergpassen en heel veel lol
Lumela/hello,
Ditmaal geschreven (of tenminste begonnen) voor onze rondavel in Malealea lodge, hartje Lesotho. Na een flinke reisdag, die toch voorbij is gevlogen, zitten we met een glaasje wit (Nederburg Sauvignon Blanc uit
2015, het restje van de fles die we uit Cradock hebben geïmporteerd) te wachten totdat de generator uit gaat en we de sterren van het zuidelijk halfrond kunnen bewonderen. Dat duurt nog zo’n anderhalf uur (10 pm) , dus
in principe voldoende om jullie bij te praten over ons wel en (weinig) wee.
Dat viel dus tegen, 10 pm was toch wel erg laat na een indrukwekkende reisdag. Inmiddels (2 dagen later) zitten we hemelsbreed 45 km en over de weg zo’n 150 km verderop, in het Newmarket van Lesotho (dwz het centrum voor de paardenrennen), opnieuw in een prachtige lodge op een dikke 2000 meter hoogte, in het midden van nergens. Hoewel, op de berg aan de overkant staat een enorme telefoonmast en we hebben dan ook prima bereik. Over een uurtje worden we in de Duck and Donkey tavern verwacht voor het diner, ben benieuwd.
Prima diner, duck breast en een cheese platter! Vandaag ook weer de grootste lol gehad, en net even tijd voor het eten om eea bij te werken.
Addo deel 2: In the jungle, the mighty jungle, the lions sleep tonight
Ja, we hebben leeuwen gezien (dit voor de ongeduldige lezers). De sundowner guided tour was super, in een verhoogde truck met overkapping werden we door het park gereden op zoek naar de ‘spannende’ dieren. En die hebben we gezien. Drie cheetahs die bij een karkas van een kudu(hertachtige) lagen, een baby olifantje van nog geen maand oud, en na een stuk flink doorblazen dan inderdaad twee leeuwen die in het avondzonnetjelagen te maffen. Grote verkeerschaos erbij, inclusief zelfs een auto met pech die later werd weggesleept door de ranger. We hebben er zo’n twintig minuten gewacht in de hoop dat er nog wat spannends ging gebeuren, maar helaas. De catering (vooraf bestelde drankjes, snacks als biltong and droe worst) was welkom, en we waren net op tijd binnen, de gate van het rest camp sloot namelijk om zes uur en onze gids waarschuwde de anderen al: ‘Be in time; if you are late, I will be waiting for you with a fine, and not with a key’.
’s Avonds opnieuw gegeten bij de lokale culinaire hotspot (en enige optie), de Cattle Baron. Het voorgerecht (zalmforel met rosti) was prima, de black peppered steak flambeed in brandy had meer weg van een hap rode pepers. Pas na het zorgvuldig eraf schrapen van alles dat op een peperkorrel leek, was er nog iets van het vlees te proeven. Zonde!
Met de wijze tips van de gids nog in het achterhoofd zijn we de volgende dag nog twee keer op pad gegaan, en met name de tweede keer was verrassend productief. ’s Ochtends al een jakhals gezien, ’s middags nog
struisvogels, schildpad, een kudde olifanten waaronder een puberolifantsjochie dat stoer wilde doen tegen de auto, en later nog een kudde olifanten die duidelijk op pad waren naar een volgende plek.


Addo – Cradock: Downton Abbey
En dat moesten wij dus ook, en omdat Hogsback geen kamers meer had, hadden we een overnachting in Cradock geboekt bij een B&B. Zo’n 150 km rijden, een goede twee uur en dat liep voorspoedig. Cradock bleek
verrassend veel leuker dan we hadden gedacht, een militaire plaats uit 1813 die was gevestigd om de Xhosa te belemmeren de ‘Great Fish river’ (geen idee of de vis of rivier groot is, we hebben geen van beide gezien) over te steken. Ons B&B was een oud koloniaal pand, waar we de Garden Room toegewezen kregen, ik vermoed dat het vroeger in gebruik was voor de staf. We hebben de meeste bezienswaardigheden (huis van een bekende schrijfster en een Nederlands gereformeerde kerk uit 1849) overgeslagen, maar eentje konden we niet missen, de Victoria Manor. Een klassiek Engels huis, dat inmiddels in gebruik is als hotel/restaurant. En Engelser kun je het niet krijgen. Ontvangst met – veel te zoete – sherry, een eetzaal vol tafelzilver, klassieke fauteuils en een buffet met onder andere roast potatoes, lamb stew and mint sauce en apple pudding met custard sauce.
Bijzonder, zeker als je verwacht gewoon ergens snel wat te gaan eten.
Het stadje zelf was verrassend modern, veel zaken voor auto-onderdelen, maar ook luxe beddengoed, en twee prima supermarkten (waaronder de spar 🙂 ). Ik heb mijn ogen uitgekeken, had nog altijd de beelden van Ghanese ‘supermarkten’ voor me en dan was dit een heel groot contrast. Maar gelukkig had de lokale drogist ook nog allerlei traditionele kruidenmengsels te koop, al heb ik die toch aan me voorbij laten gaan.
Cradock – Malealea: Road to nowhere
En met voldoende noodrantsoen, alle electronica geladen en een benzinepomp gepland kort voor de grens (weinig ongelode benzine in Lesotho, wordt vervolgd) op weg naar Malealea. We hadden zo’n vijf uur en 416 kilometer voor de boeg, dus met vertrek rond tien uur zat daar voldoende marge in om voor donker(rond zes uur) de laatste 7 kilometer over een onverharde weg te rijden. En idd, we schoten lekker op, en rond lunchtijd waren we aangekomen in Aliwal-Noord (Aliwal-Zuid hebben we niet kunnen vinden), volgetankt en gestopt voor de lunch bij The Pantry, waar prima cappuccino en heerlijke sandwiches (Pesto/mozzarella en feta/tomaat) werden geserveerd. En daar leek het me handig om te controleren of de grens wel open was op zaterdag (je weet maar nooit). En dat was gelukkig wel zo, maar hij sloot wel om vier uur (volgens de Lonely Planet). En met anderhalf uur te rijden wil je toch echt rond half twee wel weg zijn om wat marge te houden. Maar dan zou het geen probleem mogen zijn, toch.
Alvast wel maar naar een plan B gekeken (omrijden via hoofdstad Maseru, veel kilometers en veel tijd). Rond half drie draaiden we volgens planning de laatste 21 kilometer naar de grens op (richting het plaatsje Boesmanskop) en dat bleek niet zo zeer een onverharde weg maar een vergane asfaltweg te zijn waar het een hele uitdaging werd om de snelheid in de dubbele cijfers te houden. En dan wordt het toch nog best spannend. Niemand te bekennen, alleen omheiningen van de boerderijen uit de wijde omgeving, her en der wat vee, windmolens om water op te pompen en dat was het dan wel. Maar, complimenten voor Google maps, we stonden om iets over drie (dwz met 10 minuten vertraging) waar de grenswachten van beide landen keurig op hun post waren. Stempels verzameld (we waren de vierde auto van de dag), een verblijfsvergunning voor Lesotho van 10 dagen, en binnen een kwartier konden we verder. Met complimenten voor de mission statements bij beide douanes overigens!
En meteen na de grens een sms’je: welkom in Lesotho, hopelijk heeft u een goede reis gehad 🙂
Dan Lesotho, wat een contrast! Veel meer shared taxi’s overal (met bijbehorende rijstijl), veel meer bewoning langs de weg, kebabs die op straat gegrilled worden, de bekende stapeltjes tomaten op de markt, en overal mensen (en begrafenissen, blijkt gebruikelijk op zaterdag). Erg bijzonder was ook de sponsoring door Vodaphone (vodacom hier) van de lokale kroegen en de ‘humped zebra crossings’ die bijna niet te zien zijn
maar wel stapvoets genomen moeten worden als je je auto heel wil houden. Wegen zijn verder prima, tot het laatste stukje. Een bergpas genaamd Gates of Paradise op 2000 meter, via een zandpad (wel mooi vlak) met prachtige uitzichten. Alle reserveringen klopten, diner was een braai (bbq) met T bone steak en diverse groenten, we hebben echt niets te klagen over het eten hier.
Malealea

Malealea is een dorp dat al eeuwen bestaat en waar de bevolking leeft van hun eigen vee en de gewassen die ze zelf verbouwen (en wat cash crops voor kleding). De Lodge wordt gerund door een familie die er al tientallen jaren zit en het is een echt gemeenschapsproject. Alle activiteiten worden begeleid door mensen uit de omgeving, en er zijn diverse initiatieven om het dorp verder te ontwikkelen.
Wij hadden in de ochtend gekozen voor de Village en Museum tour, waarbij we twee uur lang door het dorp hebben gelopen, bij de witte vlag (zie verder) lokaal gebrouwen bier gedronken (lijkt op cider met een sterke hop nasmaak), allerlei informatie over lokale planten en gebruiken hebben gehoord (vandaar die info over de begrafenissen hiervoor) en daarna nog een museum bezocht. Die tour duurde niet zo lang (10 m2) maar de gids was erg onder de indruk dat we de oven en de windschotten voor het kookvuur wisten te herkennen. Ik was nog het meest onder de indruk van armbanden die gemaakt werden van opgevouwen snoeppapiertjes. Kleurrijk, inventief en gewoon leuk.


Malealea is een Pony Trek lodge en dat is natuurlijk wel heel verleidelijk, dus zijn we (ja, Antoine heeft ook gereden) ’s middags een buitenritje langs de canyon gaan maken. Twee uur gestapt op kleine en zeer zekere Basuto pony’s, wederom met een gids die de foto’s van Nederlandse paarden (en vooral rijdende vrouwen) heel bijzonder vond.
Prima lamb stew ’s avonds, en de bekende blackout om 10 uur, kaarsen en lucifers zijn standaard uitrusting van de kamer.
Malealea – Semonkong
Totaal het besef van dagen kwijt, maar ik geloof dat dit maandag 29 augustus is. Hoe dan ook, we zijn vanuit Malealea op weg naar Semonkong, en we zijn van plan om te tanken in Maseru; het ligt min of meer op de
route en waarschijnlijk is er in Semonkong geen loodvrije benzine te krijgen.
Dat was tenminste het idee. Het benzinestation bij de afslag was een grote chaos van auto’s die zich een weg probeerden te banen naar de pompen, en net als wij aan de beurt zijn blijkt de benzine op. Dan maar een stukje richting Maseru rijden, en dat blijkt een ervaring op zich. Twee fikse aanrijdingen gezien, verkeerschaos van het niveau Achimota junction (voor de Ghana kenners) en diverse pompen zonder brandstoffen. Net als we van plan zijn om het dan maar op ¾ tank te houden (ruim voldoende) doemt er een Puma station op met opnieuw lange rijen. Hoopvol aanschuiven in de kortste rij bleek niet handig, iedereen wilde loodvrij tanken 🙁 een man met een groot geweer zorgde er iig voor dat iedereen keurig op zijn beurt wachtte, alleen de hoeveelheid jerrycans die regelmatig uit de achterbak werd gehaald, baarde wel zorgen. Maar gelukkig konden we nog zorgen voor een volle tank (en fill it up betekent hier ook echt vol, tot de laatste milliliter) en daarmee op pad naar Semonkong.

En wat een tocht was dat! We hebben passen ruim boven de 2500 m gereden, die we echt in zijn 1 naar boven moesten tuffen. Op meerdere plekken grote rotsblokken op de (opnieuw prima) weg en zelfs een paar keer nog sneeuwplakkaten in de berm gehad. Kennelijk zijn er in juli nog mensen ingesneeuwd in de lodges en dat was geen verrassing als je zag hoeveel er nu nog lag. En overal kom je mensen tegen, als je denkt op een verlaten stukje rustig te kunnen lunchen of gewoon even rond te kijken, mispoes.
En als je dan denkt dat je alles gehad hebt, komt het laatste stukje naar de lodge nog. Eerst stapvoets door het dorp, dat bijna een western stadje lijkt met overal paarden en ezels die braaf op hun eigenaar staan te wachten. Zowel google maps als de pijlen van de lodge sturen ons via een kleine wateroversteek een steil keienpad af richting de rivier, en na wat navragen bij de passerende voetgangers blijkt dit inderdaad te kloppen.
Dus toch maar heel voorzichtig naar beneden hobbelen en na een rivieroversteek (gelukkig met brug) arriveren we inderdaad in Semonkong Lodge, een luxe uitvoering van Malealea. De rondavel (wel een flink stuk heuvelop, niet fijn na een wijntje) heeft een haardvuur, en het restaurant kent een keuze uit twee gerechten ipv het eten wat de pot schaft. We blijken wel aan de lokale A2 te zitten, de hele dag komt er verkeer (lees mensen te paard/ezel) voorbij, gelukkig blijft de overlast beperkt tot hinnikende paarden en wat scheldwoorden tegen de ezels. Ze zijn op weg uit de heuvels naar de lokale markt om hun oogst te verkopen en/of inkopen te doen.


Semonkong – Place of Smokes
Deze dag hebben we gekozen om maar wat actiever te zijn, en naar een waterval te lopen. Met gids, niet nodig voor de route maar erg leuk om zo achtergrondinformatie te horen. Zo is er iedere maand een paardenrace in de vallei, maar vanuit de wijde omgeving aan wordt meegedaan. De waterval is indrukwekkend, ruim 200 meter hoog, en loodrecht. Geen wonder dat het hier Place of Smokes heet.

En na zo’n wandeling (ca 3 uur) heb je natuurlijk een biertje verdiend, en wat kun je dan beter doen dan een lokale kroegentocht. De lodge zorgde voor een gids/fotograaf en gids/ezelbegeleider, en twee Bobs (beter gezegd Bobbine en Bobette). We werden namelijk op ezeltjes gezet (antoine kon bijna meelopen) en zo van pub tot pub vervoerd. Ezelbegeleider was wel fijn, want hoofdstel of halster deden ze niet aan 🙂 Maar de kroegentocht was een daverend succes, pool spelen, grote flessen bier drinken (vooral door de gidsen trouwens) en vooral veel gelachen met de ezels die bij voorkeur hun eigen weg gaan. Het was ook mooie kans om rond te kijken in het dorp, en er werd zo hard om ons gelachen dat we gerust foto’s konden maken 😀


Semonkong is inmiddels al weer een paar dagen geleden, we zitten nu in een enorm luxe mountain retreat met fantastisch eten, en vertrekken morgen richting Kruger. Een verslag van de tussenliggende dagen volgt nog, het is inmiddels wel lang genoeg geworden.
Wishing you Khotso, Pula, Nala (Peace, Rain, Prosperity)
Antoine en Lielle