Terug in Bishkek: sneeuw, walnoten en konijnenholen
Vrijdag 13 september
Alles is ingepakt, 17 keer gewogen om zeker te zijn dat we geen overgewicht hebben, na alle gedoe op Schiphol, de auto is opgehaald, kortom we zijn er klaar voor. Moet ook wel helaas, onze vlucht vertrekt morgenochtend om 6 uur, en de taxi staat om 2 uur ’s nachts voor de deur, dus het zit er echt bijna op. We hebben net goed geluncht bij de Vinoteka om de hoek en straks nog een kleinigheidje bij het Libanese restaurant van het hotel om het in stijl af te sluiten.
We zijn al sinds dinsdag in Bishkek, na twee flinke reisdagen uit Fergana. Gelukkig ging de grens dit keer heel erg soepel, binnen het uur waren we terug in Kyrgyzstan. Meevallertje want het was niet helemaal duidelijk hoe het zat met deze grensovergang, die jaren gesloten is geweest. Maar volgens het overlandercircuit was het sinds kort weer mogelijk om hier te passeren, en zo de drukte in de buurt van Osh (tweede stad van Kirgizië) te vermijden. Daarmee konden we een kleine omweg nemen om in Arslanbob te slapen, hoofdstad van de walnoten. Helaas viel er vooral veel regen, en na met een heleboel hindernissen het pension te hebben gevonden (was alleen per loopbrug bereikbaar) was de animo voor een boswandeling wel over. Maar aangezien we onderweg nog hebben meegekeken bij het schaapjes tellen, was het toch een aardige middag, en de plov van versgeplukte groenten uit eigen tuin smaakte prima.
Arslanbob naar Bishkek was vooral kilometers maken, en niet opschieten. Elf uur over 600 kilometer, het leek sterk op de Route National van vroeger in Frankrijk. Alleen bastognekoeken en kibbelende kinderen op de achterbank ontbraken. Onderweg konden we genieten van besneeuwde toppen, zelfs wat natte sneeuw, en het rijden door de lokale tunnels die vaak meer weg hebben, van konijnenholen, donker, smal en lang. Vooral zaak om op tijd je zonnebril af te zetten 🙂
De laatste dagen hebben we het niet al te gek meer gemaakt. Nog een keer rondkijken op de markt, een ritje naar een waterval (toch weer vier uur in de auto, alsof we nog niet genoeg gereden hadden), en een bezoek aan het fantastische State Museum of Kyrgyz history. Opnieuw prachtige zadels, maar ook beelden van bijvoorbeeld de traditionele sporten. Helaas is het ons niet gelukt om de world nomad games te zien (op dit moment gaande in Astana) maar dat komt toch wel op het lijstje.
En daarmee zit deze reis erop, hieronder alleen nog wat losse indrukken. Maar net als in 2019 ыракмат! en ik heb inmiddels geleerd dat je dan ook je hand op je hart legt, zeker in Oezbekistan.
Verrassingen
– het is heel normaal in een restaurant dat de ober om de pincode van je credit card vraagt bij het afrekenen, zodat hij die kan invoeren. Geldt trouwens ook voor benzinestations, en ze zijn oprecht verbaasd als je dat niet ziet zitten
– Is het nu Kirgizië of Kyrgyzstan? Heel simpel, in het Nederlands Kirgizie, in het Engels Kyrgyzstan en in het Kirgizisch Кыргызстан
– Cyrillisch blijft een uitdaging, ik ben inmiddels wel gewend dat dat pectopah restaurant is, maar zoals Кыргызстан blijft puzzelen. Lastig als je borden langs de weg wil lezen, zeker omdat bijvoorbeeld Kokand ook ineens Qo’qon kan heten in het Latijnse schrift. En dan kun je zomaar ineens verrast worden door de lokale variant van een gevarendriehoek, namelijk een grote kartonnen doos midden op de weg, of een brandblusser. Het blijft opletten met autorijden.
– als paardenmeisje is het een mixed pleasure hier. Veel, heel veel, paarden onderweg te zien, veel zien er fantastisch uit, maar te vaak ook een graatmagere erbij, of een die opgezadeld en wel aan een auto geknoopt staat, ergens in het midden van nergens. Paarden zijn duidelijk belangrijk in het dagelijks leven, zowel voor de kumys (gefermenteerde melk) als voor het hoeden van het vee.
– Rondlopen op de markten blijft genieten. De zaterdagse boodschappen worden duidelijk nog daar gedaan, en je kunt er ook werkelijk alles krijgen. Thee in grote tonnen (100 liter formaat), versgebakken brood dat nog even met een groezelig lapje wordt opgepoetst om te glimmen, gedroogd fruit in alle soorten en maten, allerlei soorten kant-en-klare salades, we hebben als altijd onze ogen weer uitgekeken. En vanmiddag in de Spar in Bishkek zie je dan de schooljeugd in grote groepen hun lunch komen halen, mooi contrast.
– uit eten gaan is ook steeds weer een ervaring. Sigaretten op het menu, verbaasde blik als we ‘maar’ een hoofdgerecht met een bijgerecht bestellen (“is dit alles?”), “one wodka please. A glass or a bottle?”, volslagen willekeurige volgorde waarin het eten gebracht wordt, “mayonaise with potatoes, really?”, een pepermolen van zeker een meter lang, drijvende watermeloenen in de fontein, binnen een uur weer buiten staan, je maakt echt van alles mee. Maar we hebben wel echt heerlijk gegeten, alleen de kurt, extreem oude kaas van paarden- of schapenmelk, vond ik als snack niet zo’n succes. Het heeft veel weg van overjarige pecorino en zal op pizza zeker goed smaken, maar zo wat mij betreft te droog en te heftig.