Zuid Afrika – nog één keer dan
Gegroet allen,
Op deze laatste avond nog even tijd voor een mailtje met de ervaringen van de afgelopen week. Nog een keer goed eten met een mooie fles Zuidafrikaanse wijn, en dan rijden we morgen vanuit Graskop naar Johannesburg (ca 4 uur) voor de vlucht van 23:20 naar Amsterdam, dus nu zit deze fantastische vakantie er toch echt bijna op.
Semonkong – Himeville – Cleopatra Mountain Farmhouse
Na lang zoekwerk en ondanks de site met de slechtste wegen uit Lesotho (http://www.dangerousroads.org/africa/lesotho.html) bleek dat er toch (relatief) goede wegen van Semonkong direct naar Drakensberg bestonden, een paar jaar geleden aangelegd door Chinese bedrijven. En gelukkig bleken die nog steeds in prima staat, zodat we tenminste vlot aan de grens bij Qacha’s Nek stonden, na een opnieuw prachtige tocht door zeer bergachtig gebied. Opvallend waren de diverse vliegvelden die we onderweg tegen kwamen, ze waren nog het best te herkennen door de windvaan want de landingsbaan had nog het meeste weg van een gewoon weiland.
Opvallend genoeg waren de wegen in Zuid-Afrika in de regio beduidend minder, de 40 kilometer naar de doorgaande weg waren vooral slechte gravel roads en dat viel wel tegen. Gelukkig was de overnachting in Himeville (een politiepost van eind 19e eeuw) wel prima, de Himeville Arms had ook een pub in rural England kunnen zijn, inclusief de pot marmite bij het ontbijt.
Na een bliksembezoek aan het lokale museum (leuk!) namen we op aanraden van de hotelmanager de secondary road naar onze volgende bestemming, want “die was veel beter dan de weg naar Qacha’s Nek”. Not!
Cleopatra Mountain Farmhouse

Maar die bestemming maakte wel alles goed. Cleopatra Mountain Farmhouse (Lonely Planet: “If God were to top off the beauty of the Drakesnberg with a gourmet treat, Cleopatra Mountain Farmhouse would be it”) ligt diep in de Drakensberg en wordt gerund door een beroemde Zuidafrikaanse chef. De kamers hebben ieder een eigen stijl, en kijken allemaal uit over een flinke vijver vol forellen waaraan ook de lounge en de eetzaal liggen. Het is een oase van rust en zeer geschikt om bij te komen van een intensief weekje. Lesotho was fantastisch maar de vele kilometers ga je wel voelen. Met name de eerste dag hebben we dan ook vooral genoten van de rust, en ons mentaal voorbereid op het diner. Iedereen (in smart casual) werd rond zeven uur verwacht for drinks in de lounge, waar we gastvrij werden ontvangen door de kok en maitre d’hotel (een vrouwelijke maitre zal toch geen maitresse heten? Hoe dan ook, de gastvrouw dus). De wijn voor bij het
diner (helaas geen wijn arrangement) konden we uitzoeken in de kelder, en na een uitgebreide toelichting op het menu inclusief geschiedenis van het hotel, was het ronduit genieten. Geen gedoe met light producten en veggies (“ik ben toch geen konijn”, aldus de kok), rijke roomsauzen en een prachtige steak (die ze juist niet heel langzaam garen maar heel snel dichtschroeien, laten staan, nog een keer verhitten en dan gewoon laten
staan, die techniek ga ik eens proberen), maar ook een garnalencocktail met pindasaus.
En die trend werd voortgezet met een driegangen ontbijt de volgende dag. Lunch wordt niet geserveerd maar als je toch trek kreeg, stond er van 12 tot 5 een prachtige cheese platter en zelfgebakken muffins, meer wil je
ook niet als je nog van het avondeten wil genieten. Om niet alleen maar te zitten snoepen, zijn we een stuk gaan lopen in de Drakenberg. Totaal verlaten gebied, prachtig uitzicht op de bergen ten noorden, en als enorme klapper twee lammergieren die boven en langs ons cirkelden, toen we net op een uitzichtspuntje zaten. Later bleek dat fotografen speciaal hiervoor naar toe komen en hier dagen op zitten te wachten, ze zijn wereldwijd bedreigd en ook de populatie in Drakensberg heeft het moeilijk.

De avond was een herhaling van de dag ervoor, en met name de espresso van mushroom was ontzettend lekker.
Barberton
Aan alle goede dingen komt een eind, en dus ook aan dit fantastische verjaardagscadeau. De rit van Cleopatra naar Kruger was te veel voor een dag, dus hadden we Barberton (een uurtje zuidelijk) gepland voor de overnachting. Hotelletje uitgezocht maar niet geboekt (moet lukken) maar dat viel tegen. Er bleek een Geologie conferentie te zijn, en het geplande hotel zat vol, zo hoorden we al van de Duitse familie die net voor ons aankwam. Gelukkig had de eigenaar al wat anders voor hen geregeld, en wij konden daar ook terecht. Dat bleek een eenvoudig B&B iets verderop, waar we door de gastheer werden uitgenodigd voor een glas wijn in de tuin, samen met de Geologie professor. Dat liep naadloos over in een braai (bbq) en een geweldige avond met discussies over Competitive Exclusion, de ouderdom van de Barberton rocks, de ontwikkeling en toekomst van Zuid-Afrika, en het uiterlijk van mensen uit Cornwall. Briljant!
Kruger game reserve
Kruger is snel genoeg samen te vatten: reusachtig groot, heel veel beestjes en bijna geen water. We hebben ruim vier dagen door het zuidelijke deel van het park getoerd en de droogte is onvoorstelbaar. Bijna alle rivieren staan droog en zien eruit als de zandvlaktes in de Drunense duinen. De weinige plekken waar nog wel water is, zijn dan ook bijna garantie om dieren te zien, maar ik vraag me ernstig af wat er gebeurt als het dit jaar ook weer te weinig regent.
Oke, elk nadeel heb zijn voordeel, en we hebben dus wel heel veel dieren gezien, van de allergrootste (hippo, wildebeest) tot de allerkleinste (steenbokkie, genet cat), alle 120.000 impala’s (althans zo voelde het) en
diverse andere hertachtigen. The Big Five (rhino, olifant, buffalo, leeuw, luipaard) hebben we ook allemaal gezien, en verder zebra’s, giraffes (dat zijn net fotomodellen, die staan echt te poseren), hyena, nijlpaarden,
krokodillen, hondsbrutale (en gevaarlijke) apen en diverse vogels. Het leukste is nog wel om zelf dieren te spotten in de bush of op het veld, en dat lukte best aardig. Erg grappig om te zien hoe echt grote dieren zich perfect weten te verbergen, je moet soms goed kijken om een giraffe of olifant te zien, om over leeuwen maar te zwijgen. Gelukkig kennen alle kampen borden waar de sightings van die dag worden gepubliceerd, en ook
een grote groep auto’s (je mag vrijwel nergens uitstappen!) is een aardige weggever.
Naast de self drives zijn we twee keer met een gids het park in gegaan, en dat leverde ons tijdens de night drive nog een bush baby (nagapie = nacht aapje) en een luipaard dat midden op de weg lag (lekker warm).
Klein minpuntje in Kruger was eigenlijk het eten, prachtige steaks werden verzopen in in bbq saus en andere gerechten zagen er op de kaart prachtig uit, maar bleken toch veredeld toeristenvoer. Jammer, maar gelukkig zat het met de wijn en de koffie wel goed.





Laatste loodjes
Om de reis naar Jo’burg niet te gek lang te maken, hebben we nog een laatste stop gemaakt, in de buurt van Blyde River canyon. Pas nadat we ook de Treurrivier hadden gezien, viel het kwartje; het gaat hier om de Blijde
rivier 🙂 De canyon zelf is groot en best fraai, maar met name de potholes bij de samenloop van Blyde en Treur waren indrukwekkend. Diepe ronde gaten, in alle soorten en maten. Onze lunch stop (Pilgrim’s Rest) viel wat
tegen, een disneyfied goudzoekersdorpje, dat overspoeld wordt door toeristen en waar we voor het eerst echt te maken hadden met souvenirverkopers, die ‘No thank you’ niet kenden.

Culinary do’s
Dinner at the Victoria Manor
Marmite on toast
Kudu biltong
Pancakes in Pilgrim’s Rest
Culinary don’ts
Black peppered steaks
Eten in Kruger
Groeten en tot in Nederland
Antoine en Lielle