Het verste punt bereikt: 2300 kilometer watermeloenen en Rob Kemps

Had ik al gezegd dat we veel lange ritten maken? Gisterenochtend (maandag 2 september) zijn we uit Buchara vertrokken, en daarmee is de terugrit naar Bishkek ingezet; onderweg maakten we weer hetzelfde mee als de afgelopen twee weken, namelijk erg weinig. De grote afstanden betekenen vooral uren kijken naar lange saaie wegen met veel potholes, talloze kraampjes met watermeloenen, en heel veel zand, wat niet raar is aangezien zowel Buchara als Samarkand (waar we nu zijn) van oorsprong oases zijn. Wel lijken de Snollebollekes ook hier duidelijk voet aan de grond te krijgen, autorijden in Oezbekistan betekent vooral “naar links” want rechts stoppen de taxi’s zonder enige waarschuwing om iemand uit of in te laten stappen, en “naar rechts” want de linkerbaan wordt gebruikt om te stoppen voor een U-bocht. Voor de gevorderde chauffeurs is het ook een optie om eerst een paar keer te flitsen en dan de niet-bestaande middenbaan te kiezen. Je raakt eraan gewend zullen we maar zeggen.
Maar de karavaan met twee Rolls-Royces, diverse Mercedessen en wat groupie-achtige auto’s, gevolgd door diverse auto’s waar regelmatig mensen uitsprongen om alles op film vast te leggen, zorgde voor wel wat afwisseling (en chaotisch verkeer), al weten we nog steeds niet wie deze grootheid moet zijn. Eens kijken of we de lokale tabloid kunnen vinden 🙂
Maar eerst wat meer over Buchara. Deze stad, die al zo’n 2500 jaar oud is, ligt aan de Zijderoute en heeft een belangrijke rol gespeeld als centrum voor handel, wetenschap, cultuur en de islam. Het oude centrum is niet erg groot, maar kent talloze monumenten, bijna allemaal opgetrokken uit zandsteen en saffier(kleurig) gedecoreerd. Prachtig om doorheen te dwalen, met name rond zonsondergang, als het wat afkoelt, en iedereen op straat is. Daarnaast hebben we nog een pelgrimsoord buiten de stad bezocht, dat populair bleek als familie-uitje op zondag, en een oud zomerpaleis, voorzien van onder andere prachtige Chinese vazen.

De komende dagen zijn we in Samarkand, een van de oudste steden ter wereld en veel groter dan Buchara maar met een vergelijkbare geschiedenis. Ook hier combineren we sightseeing met het vakantiegevoel, hotel heeft een mooi zwembad en spa, dus daar gaan we zeker gebruik van maken.
——— continued ——————
Gisterenavond en vanochtend hebben we al diverse monumenten bekeken, en wat is het hier waanzinnig mooi. Absoluut hoogtepunt was de Shah-i-Zinda, een necropolis van diverse mausolea uit de veertiende eeuw.

Verder was ook de 14e-eeuwse observatory vooral boeiend vanwege het niveau van de astronomie uit die tijd. Ulugh Beg, kleinzoon van Amir Timur (in Europa ook bekend als Tamerlane), vond wetenschap interessanter dan het runnen van zijn sultanaat en stichtte diverse madrassas (“institutes of learning”) in Samarkand en Buchara. Helaas kostte zijn gebrek aan belangstelling voor politiek hem letterlijk de kop, concurrenten namen de macht over en zijn zoon vermoordde hem in 1449.
Ulugh Beg Observatory – Wikipedia
En natuurlijk de toeristische trekpleister van Samarkand, de Registan. Zeer populair bij bezoekers, dus erg druk gisterenavond en het viewing platform haalde wel een groot deel van de charme eraf, maar het is een indrukwekkend beeld. We gaan zo terug om ze nader te bekijken, gisteren waren ze net gesloten.
Wordt weer vervolgd, maar natuurlijk nog wat impressies van de afgelopen twee weken.
Gedoe
Gedoe hoort erbij op zulke trips. Het begon klein op Schiphol met vertraging bij Turkish Airlines en de onhandige afwikkeling van hoe dat dan met onze bagage moest. Turkish Airlines laat zich sowieso niet van zijn beste kant zien (net als in 2019), we kwamen er geheel toevallig achter dat onze terugvlucht geannuleerd was, wat niet erg maar toch wel onhandig is, dus die hebben we toch maar omgeboekt.
Grotere verrassing was het bord in de buurt van Almaty, ‘hier begint de tolweg’, zonder enige poortjes, camera of verdere info. Na wat zoekwerk op internet (leve Caravanistan forum) bleek dat dit online binnen 7 dagen betaald moest worden. Wel jammer dat de startpagina nog in het Engels is, maar alle volgende links in het Kazakhs/Russisch geschreven zijn. Het leverde gelukkig geen vragen op bij de grens (dat niet), en hopelijk weet onze autoverhuurder hier wat te helpen, want zomaar credit card gegevens gaan invoeren voelt ook niet helemaal oke.
Tja, en dan die grens (Kazakhstan – Oezbekistan). We hadden ons huiswerk gedaan, waren er ook al mooi vroeg (10 uur), en konden redelijk vooraan aansluiten bij de rij om het grensterrein van de Kazakhen op te rijden. Als referentie, we hadden het volgende nodig:
Kazakhstan: stempel in ons paspoort, controle van auto en bagage
Oezbekistan: stempel paspoort, controle van auto en bagage, verzekering auto, bij voorkeur ook geld wisselen
En natuurlijk houden we rekening met verrassingen. We zullen jullie alle details besparen, maar om tien voor een (dus drie uur later) waren de Kazakhse formaliteiten afgehandeld, en stonden we in niemandsland te wachten op, ja waarop eigenlijk. Heel veel auto’s voor ons, zeer gemengd publiek qua nationaliteiten (maar alleen mannen) en af en toe vloog iedereen weer naar zijn auto om tien meter verder te rijden. Er was wel een ’toilet’ (voor die mannen nog enigszins oke, ik heb gepast), en een loket waar we alvast ‘iets’ konden regelen voor verderop. Nog steeds niet helemaal duidelijk was dat ‘iets’ was maar 20 euro (we hadden nog geen Oezbeeks geld) armer, en een foto van een officieel digitaal document rijker reden we rond half vier naar het stuk waar het dan allemaal zou gaan gebeuren. Stempel in paspoort ging redelijk vlot, en toen kwam de ?? waar we nog iets voor de auto moesten doen (noot: ik denk dat het een Temporary Import Permit is, om te voorkomen dat je je auto achterlaat in Oezbekistan). En daar werd gevraagd om een Power of Attorney, die wij nergens konden vinden, ondanks alle papieren die we hadden verzameld (in het Cyrillisch). Dat werd dus bellen / appen / postduiven met de autoverhuurder die niet buitensporig snel of behulpzaam was, internet afspeuren, en proberen de opkruipende schrik onder de duim te houden, maar wel alvast een plan B te maken. Uiteindelijk zag de official ons steeds ongelukkiger worden en toen we met de hand op ons hart beloofden dat we de auto echt na 15 dagen weer zouden meenemen naar Kyrgyzstan, mochten we dan toch het land in. Dat wil zeggen, eerst werd de auto nog grondig geïnspecteerd, koffers open, tasjes met electronicakabels open, grootste deel van de bagage ook nog door de scanner, dashboardkastje, motorkap open, kortom, echt gedegen. “we are Uzbek, we check!” aldus de douanier.
Dat verklaarde iig de lange wachttijd, alle auto’s om ons heen zaten nog drie keer zo vol als de onze, en ook die moesten he-le-maal leeg. Maar ondanks de stress, we (en iedereen) werden echt vriendelijk en respectvol behandeld, dat hebben we ook wel eens anders meegemaakt.
Uiteindelijk hadden we om vijf uur ook het laatste dingetje (verzekering) geregeld, en konden we op weg naar Tashkent, waar een welverdiend biertje uitstekend smaakte.
Oh ja, en uiteindelijk bleken we de Power of Attorney wel degelijk te hebben, verstopt in hetzelfde mapje als de verzekeringspapieren. Nog net op tijd om het aan de aardige dame van de grens te laten zien, maar het zou ons een hoop stress hebben bespaard als we die wat eerder hadden gevonden.